Oude tijden herleven

 

Oude tijden herleven tijdens dia-avond buurtschap de Vermolen.

 

“Wij zint er de noabers van Janneuk’n en Graats. 

Wij woont in de neugte, aait help wij mekaar.

’t Is brulfte of grove, aait zi’m bie’j de haand.

Hoolt hoog in ere de zeden van ’t laand”.

 

Enkele zinnen uit het in 1948 door meester Ankoné geschreven noaberlied dat woensdagavond 13 november j.l. uit volle borst werd meegezongen door de aanwezigen tijdens de lezing/dia-avond van de Heemkunde Geesteren die volledig in het teken stond van buurtschap de Vermolen.

 

Een blik in een volle zaal Kottink.      Voor een fotoverslag van de avond klik hier.

 

Havezathe kende vele eigenaren

Het was Bertus Klein Haarhuis die om half acht in een uitverkochte zaal Kottink de bewoners van de Vermolen, de donateurs van de heemkunde én de talrijke overige belangstellenden welkom heette voor alweer de tiende lezing/dia-avond van de SHG. Na het welkomstwoord was de microfoon voor Harry Meinders die met behulp van eeuwenoude kadastrale kaarten terug in de tijd ging tot ca. 1200/1300 na Christus toen er al volop agrarische bedrijvigheid was op de Vermolen. Meinders schetste een beeld van de geschiedenis van de toenmalige havezathe aan de (latere) Eylersweg en verhaalde over het grote aantal eigenaren welke door de eeuwen heen op deze historische plek gewoond hebben.

 

De mollenbecke en de oliemolen

Vervolgens ging Harry Meinders uitgebreid in op de stroom van de meer dan 15.000 jaren oude mollenbecke (later molenbeek). De beek ontspringt op het Springendal  en mondde toendertijd uit ergens in de Weitemanslanden. De zeer krachtig stromende molenbeek dreef maar liefst zes molens aan waarvan twee in Geesteren. De oliemolen op de Vermolen deed al in de vroege 14de eeuw de schoepenraden draaien. In de oude boeken wordt de oliemolen reeds in 1323 als Wirremolen genoemd. In latere jaren wijzigde de naam in Vehrmolle, Verremoele, Verre Molen en uiteindelijk in Vermolen. Buurtschap de Vermolen en de Vermolenweg danken hun naamgeving hieraan. Vanuit wijde omgeving brachten boeren eeuwenlang hun kool- en vlaszaad hier naar toe om de olie eruit te laten persen. De olie werd gebruikt voor consumptie maar was ook geschikt als smeerolie of lampolie. De overblijvende koek werd aan het vee gevoerd. Het doffe zware geluid van de draaiende molenstenen was tot in de verre omtrek een vertrouwd dagelijks geluid.

Met behulp van filmbeelden van een soortgelijke molen welke heden ten dage in Delden nog in bedrijf is, werd uit de doeken gedaan hoe de oliemolen vroeger functioneerde.

 

Bossel Gait, Roolfs Beernd, Jampie en Hopje

Vervolgens ging Harry Meinders in op een aantal markante personen en zaken op de Vermolen zoals de gebroeders Jans en Mans Hemmer, welke weleer als Zouaven vochten in Rome ter bescherming van de Pauselijke Staat en ook memoreerde hij Bossel Gait welke als jonge knaap op het ouderlijk erf “de Bosscholte” als rijwielhersteller begon met als specialiteit “Anti-Lek”.

Een prachtige anekdote over een huisartsen-consult door Roolfs Beernd, welke door Beernd op geheel eigen wijze werd geïnterpreteerd en niet zo goed uitpakte, leidde tot grote hilariteit bij de toehoorders. En zo passeerden vele markante zaken en personen de revue waaronder ook de huidige bewoners Jampie (Jan Droste) en Hopje (Robert Wesselink). Aan het einde van zijn boeiende lezing prees Harry Meinders de geweldige saamhorigheid  tussen de noabers op de Vermolen. Om deze saamhorigheid nog eens extra luister bij te zetten, vroeg hij de aanwezigen te gaan staan om gezamenlijk het eerder geciteerde noaberlied ten gehore te brengen.

 

Dia-presentatie over bijna 40 gezinnen

Aansluitend werden door de beide presentatoren Bertus Klein Haarhuis en Paul Sand door middel van een prachtige dia-presentatie bijna veertig erven/gezinnen/families in de schijnwerpers gezet. Veelal prachtige familiefoto’s met elk hun eigen verhaal. Het merendeel der huidige bewoners van de Vermolen was in gezelschap van ‘uitgevlogen’ familieleden.

De dia-presentatie had voor hen daarom veel weg van een weerzien met het verleden. Bij de foto’s werden smeuïge verhalen verteld over bijvoorbeeld de herkomst van de bijnaam van Jan Busscher, t.w. Bossel Freek. Jan heeft deze naam te danken aan een jongen van elders die bij noaber Nieuwmeijer vakantie vierde en door Nieuwmeijer’s Gerrit in de waan werd gelaten dat Jan Busscher eigenlijk Freek heette. In het bijzijn van anderen sprak de jongen Jan Busscher  bij voortduring aan als Freek. En wat te zeggen van de foto waarop Niemeijer’s Jan en Goeze’n Dieks op de kippen passen bij het broedshaal’n van Mos Jan

en Waaijers An. Of over diezelfde Goeze’n Dieks die in 1925 als dienstplichtig soldaat een builtje met daarin 1 zilverling om zijn nek moest dragen van moeder Siena Droste-Bertels voor noodgevallen. Toen Dieks na vijf maanden terugkeerde moest hij de zilverling prompt weer bij zijn moeder inleveren. En wat te zeggen van Schopperts Jan of liever gezegd zijn vervoermiddel, de tractor. Stond de tractor op het erf, was Jan thuis. Stond de tractor er niet, was Jan op pad. En Jan was nogal eens op pad.

 

Ca. 1942:  De familie Maathuis (Moatboer) met v.l.n.r.: Annie Maathuis (kloosterzuster), Marie Maathuis, moeder Trui Maathuis-Zekhuis, (op de arm) Jan Maathuis, Truus Maathuis, Lies Maathuis, Siny Maathuis, Gerard Maathuis en vader Hein Maathuis.

 

Gezellig napraten

Het was reeds na de klok van 23.00 uur toen de laatste dia getoond werd. Na iedereen bedankt te hebben, kon Bertus Klein Haarhuis de avond onder luid applaus afsluiten. Door vele aanwezigen werd nog geruime tijd gezellig nagepraat over de mooie eeuwenoude buurtschap de Vermolen.