Een Halifax explodeert

Uit SHGwiki

Versie op 30 nov 2008 21:00 van BEntjes (Overleg | bijdragen)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een Halifax explodeert boven Geesteren.

Een passage uit het boek "Zij kwamen bij dag en bij nacht" van Martin Klaassen, 1990.


Inhoud

De missie.

Het was koud op die woensdag, de 2de december 1943. Velen zaten bij de warme kachel en waren in gedachten bij de voor de deur staande jaarwisseling. De straten zagen er daarom verlaten uit. In Engeland, op de verschillende RAF-bases, gonste het echter van de bedrijvigheid, want die avond stond de Duitse hoofdstad Berlijn op het programma voor een bombardement. Ongeveer zevenhonderd vliegtuigen zouden die avond en nacht in vijf aanvalsgolven deel nemen aan de raid. De stroom bommenwerpers moest in twintig minuten Berlijn zijn gepasseerd, dit om de verdediging van de Duitse hoofdstad te overvoeren. Enkele andere formaties bommenwerpers zouden ondertussen schijnaanvallen uitvoeren op Maagdenburg en Leipzig om de Duitsers zolang mogelijk in het ongewisse te laten over het hoofddoel van de geallieerde aanval.

Onder de grote strijdmacht bommenwerpers bevonden zich ook de Handley Page Halifaxes B-II serie lA van No. 429 (Bison) Squadron van de RCAF (Royal Canadian Air Force) die op de basis Leeming in Engeland gestationeerd was.

Die woensdagavond begaven de bemanningsleden van No. 429 Squadron zich naar hun toestellen. Ook die van de Halifax met als serienummer JD- 318, beter bekend onder de squadron-herkenningstekens "AL-F", arriveerden bij hun machine.

De piloot van de "AL-F' was de Canadees P/O Allen L. Merkley.

De namen van de overige bemanningsleden waren:

  • F/O Robert O. Marrion, navigator;
  • F/O Charles W. Peasland, bommenrichter;
  • Sgt Barry S. Ranson, boordwerktuigkundige;
  • F/Sgt Edward N. Parker, radiotelegrafist & boordschutter;
  • Sgt Richard J. H. Walsh, rompschutter;
  • F /Sgt Arthur G. Innes, staartschutter.

Na de "checklist" afgewerkt te hebben en het daaropvolgende onvermijdelijke wachten, kreeg Merkley eindelijk toestemming zich met z'n toestel op te stellen. De motoren werden gestart en de blokken voor de wielen weggetrokken. De Halifax rolde langzaam, tezamen met de andere toestellen, naar de startbaan om haar beurt om op te stijgen af te wachten.

Een Halifax toestel

Een Halifax toestel van de RAF. Een dergelijk toestel stortte neer bij de boerderij van Olimulder aan de Vriezenveeseweg te Geesteren. Deze Halifax van het type MKII serie IA, had een bemanning van zeven man en de bewapening bestond uit acht 7.62 mm Browning mitrailleurs.


Het groene startsein.

Toen werd het startsein gegeven met behulp van groene lichtkogels. De gashendels werden naar voren geduwd, de motoren draaiden nu op volle toeren. Langzaam begon het toestel vaart te krijgen en verhief zich in de lucht waarvan het duister van de vallende avond reeds bezit had genomen. De klok in het instrumentenpaneel wees 16.59 uur aan. Het landingsgestel werd ingetrokken, de tocht naar Berlijn was begonnen.

Nog steeds klimmend op koers naderde het toestel, samen met de andere bommenwerpers Texel. Tijdens de briefing hadden de vliegtuigbemanningen te horen gekregen dat de hemel deze nacht zwaar bewolkt zou zijn met diep in het binnenland enkele opklaringen en verspreide mistvelden. De route was uitgezet via Texel en Harlingen naar een punt ten noorden van Leipzig. De toestellen die de schijnaanval op Leipzig moesten uitvoeren dienden bij dit punt de hoofdmacht te verlaten en koers te zetten in tegenovergestelde richting, op laatst genoemde stad af De vier Rolls-Royce Merlin motoren van de "AL-F' draaiden mooi constant en er waren verder geen problemen. Ze vlogen nu al een tijdje boven vijandelijk gebied, de bemanning keek dan ook ingespannen uit naar vijandelijk Flak-vuur en nachtjagers.

Pas in het luchtruim boven het noordoosten van Drenthe werd de bommenwerper stroom aangevallen door nachtjagers. Tot aan het punt ten noorden van Leipzig werden minstens 16 toestellen door de Duitse jachtvliegers en ook door afweergeschut neergehaald. De formatie bommenwerpers, waartoe ook die van Merkley hoorde, drong echter steeds verder Duitsland binnen.


Zoeklichten.

In de verte, boven de horizon, zag de bemanning van "AL-F' enkele lichtbundels van zoeklichten, die door de bewolking probeerden heen te komen en ook nam men ontploffende Flak-granaten waar. De bewolking bood de bommenwerpers wel bescherming tegen de zoeklichten en Flak, maar niet tegen nachtjagers. Een bommenwerper die over zo'n verlichte wolk vliegt tekent zich scherp af en wordt dan ook een goed waarneembare prooi voor de vijandelijke boordkanonnen.

Ten noorden van Leipzig aangekomen zette Merkley koers naar Berlijn. Al in een vroeg stadium lichtte het doel op in een oranje gloed van brandende gebouwen. Deze branden waren veroorzaakt door de doel markeerders en brandbommen van de Pathfinder toestellen die reeds eerder boven Berlijn waren aangekomen om het doel te markeren. Deze nacht waren daarvoor Lancasters en de snelle Mosquito's gebruikt.


Bomluiken open!

Enkele tientallen kilometers voordat de Halifax boven Berlijn aankwam bij het zogenaamde Initial Point, nam Peasland, de bommenrichter de navigatie over en dirigeerde het toestel naar het gemarkeerd afwerppunt. Een tijdje later deelde hij aan Merkley mee dat hij de bomluiken al vast kon openen. Buiten was het een wirwar van zoeklichten en exploderende luchtafweergranaten. De scherven daarvan kletterden tegen de romp, maar er werd geen schade aangericht en niemand liep verwondingen op. Peasland kon na enige tijd het sein "Bombs-gone" geven. De bommen vielen op de stad die gloeide als een reusachtige hoogoven. Een zucht van verlichting ging op onder de bemanningsleden: Nog even een rechte koers om de bominslagen te fotograferen en dan weg uit deze hel, naar huis.


Berlijn brandt!

Merkley kon nu beginnen aan de terugreis naar Leeming aan de hand van de route die navigator Marrion hem opgaf. Op de terugweg konden ze achter zich nog geruime tijd de oranje gloed van het brandende Berlijn zien. De aandacht mocht nog niet verslappen omdat er zich buiten in het donker nog altijd Duitse nachtjagers bevonden. Menig vliegtuig is in het zicht van de thuisbasis neergeschoten. Merkley zat inmiddels met z'n Halifax op een hoogte van 20.000 voet (6000 m) en schoot flink op. Het duurde dan ook niet lang of Marrion kondigde de Duits-Nederlandse grens aan. Enkele ogenblikken later, omstreeks kwart voor tien (Nederlandse tijd) klonk er zonder enige waarschuwing vooraf een hels kabaal door het vliegtuig. Een Duitse nachtjager had hen toch nog te pakken gekregen. Na van de eerste schrik bekomen te zijn zag Merkley dat de beide stuurboordmotoren in brand stonden. En vrijwel direct daarop explodeerde de stuurboordvleugel omdat het vuur de brandstoftanks die zich daarin bevonden, had bereikt. Enkele bemanningsleden, waaronder Merkley en Marrion, werden uit het toestel geslingerd.

De geplande route naar Berlijn

De geplande route van de bommenwerpers voor de vlucht naar Berlijn in de nacht van 29 op 30 december 1943, waartoe ook die van No. 429 Squadron behoorden.


Bewusteloos.

Merkley die door de explosie bewusteloos was geraakt, kwam weer bij kennis toen hij door de duisternis richting aarde viel. Hij bedacht zich geen ogenblik en trok de parachute open en zweefde even later rustig naar beneden. Marrion kon zich ook per parachute redden, de overige bemanningsleden stortten echter met de brandende wrakstukken van de Halifax neer.

Sgt. Barry S. Ranson Sgt. N. Parker

Sgt. Barry S. Ranson, de boordwerktuigkundige en de radiotelegrafist/boordschutter Sgt. N. Parker die beiden het leven lieten tijdens de crash.

Het grootste deel van de bommenwerper, de romp met een gedeelte van de bakboordvleugel kwam neer bij de boerderij van Olimulder aan de Vriezenveenseweg in Geesteren. Een brandend stuk van het vliegtuig en een gedeelte van de cockpit vielen in een nabij gelegen weiland. De overige wrakstukken, groot en klein, kwamen verspreid over heel Geesteren neer. Bij Lesscher en Wesselink bijvoorbeeld smakten delen van een vleugel op de grond.


Bij boer Olimulder.

Boer Olimulder was die avond om half tien naar bed gegaan. Zijn vrouw riep hem nog na dat ze even het feuilleton in de krant wilde lezen en dan ook onder de wol zou kruipen. Een kwartier later hoorde de boer een enorm lawaai waarvan de oorzaak in eerste instantie niet viel te achterhalen. Hij keek daarom door het kleine raampje van de slaapkamer en zag op de weide naast de boerderij een vlammenzee. Snel de kleren aangetrokken en toen met enkele huisgenoten naar de deel. Bij het openen van de deeldeur deinsde Olimulder verschrikt terug voor de dikke rookmassa die hem tegemoet kwam. Het vuur doofde echter spoedig en daarop ging de familie op verkenning uit.


"Heb iej doar wat toozet?"

Vlak achter de schuur zag Olimulder iets staan. "Heb iej doar wat toozet," vroeg hij z'n broer, "want doar steet wat". Dat was de romp van de Halifax die op vijf meter van de schuur tot stilstand was gekomen. In de staart van het vliegtuigwrak bevond zich nog het stoffelijk overschot van de staartschutter Innes. De andere vier omgekomen bemanningsleden, Peasland, Ranson, Parker en Walsh lagen gruwelijk verminkt rond de boerderij. De boeren vonden op het lijk van één van de vliegers een plastic zakje met een ijzerzaagje, enkele landkaarten, een foto van een meisje, een kompas, een haarspeld en drie soorten geld.


Postduif in een kistje.

Een veel merkwaardiger vondst die in de romp van de neergeschoten bommenwerper werd gedaan betrof een metalen kistje waarin zich een levende postduif bevond met een potlood, een elastiekje en een hulsje. Omdat het kistje een Engelse tekst bevatte, werd dat Onmiddellijk in de gierkelder gegooid. De duif werd de volgende morgen vrijgelaten, nadat men een boodschap in het hulsje had gestopt en dat met het elastiekje aan zijn poot had bevestigd.

Toen 's middags enkele Engelse jagers boven de boerderij cirkelden, zei men tegen elkaar: "Kijk, de duif is in Engeland aangekomen". In verband met de afstand die de duif dan af had moeten leggen, lijkt dat op dat tijdstip haast onmogelijk. De jagers controleerden waarschijnlijk het wrak. Eventueel zouden ze het dan verder voor de Duitsers onbruikbaar maken.

Vlak na het neerstorten van de Halifax aan de Vriezenveenseweg in Geesteren, werden de twee opperwachtmeesters der Marrechaussee J. A. Loohuis en B. van Dierman daarvan op de hoogte gesteld. Zij begaven zich naar de boerderij van Olimulder waar zij het wrak aantroffen. Ze brachten vervolgens hun groepscommandant op de hoogte van de aanwezigheid van het neergestorte vliegtuig en de vijf omgekomen bemanningsleden. De twee opperwachtmeesters bleven bij het toestel de wacht houden, totdat in de morgen van 30 december de Duitse weermacht ter plekke verscheen en hun taak overnam.


Mis voor de omgekomen vliegers.

De Duitsers hebben de lijken van de vliegers een paar dagen bij de restanten van het toestel laten liggen. Een twintigjarig meisje uit Geesteren dat de deerlijk verminkte mannen zag liggen, ging onmiddellijk naar de pastorie om een paar missen te bestellen voor de zielerust van de omgekomenen. De vijf zijn op 3 januari 1944 met militaire eer begraven op het kerkhof van Albergen.


Piloot Merkley vertelt...

Gaan we nu terug naar de piloot van het toestel, P/O Merkley en laten hem vertellen wat er verder gebeurd is: "Tijdens mijn tocht naar de aarde merkte ik dat ik mijn vliegerlaarzen, sokken en vliegerkap door de explosie had verloren. Ik kwam vervolgens neer in een open veld (op de Kloosteres in Albergen, M.K.). Na veilig geland te zijn deed ik mijn handschoenen aan mijn blote voeten, want het was koud. Ik besloot een veilige beschutte plek te zoeken en me daar een tijdje te verbergen en zo uit handen van de Duitsers te blijven. Na enige tijd vond ik een open schuur en bracht daar de rest van de nacht door en ook het grootste deel van de daaropvolgende dag.

Tegen de avond besloot ik op pad te gaan. Na enig dwalen, klopte ik aan bij een willekeurig huis in een klein dorpje. Ik weet niet meer wie de deur opende, een man of een vrouw, maar ik werd binnengelaten. Er zaten naar ik meen vier of vijf mensen in de kamer. Ze waren erg vriendelijk tegen me en gaven me iets te eten en de nodige verzorging. Ook plakten zij een pleister op de snee die ik in de kin had. Een man uit dat gezelschap sprak goed Engels. Hij vroeg me een paar dingen en overlegde toen met de anderen. Die avond voorzagen deze mensen mij ook van burgerkleding en schoenen, een licht- en een donkerbruine schoen. Een tijdje later moest ik de man, die Engels sprak, per fiets volgen. Hij bracht me in contact met het Nederlandse verzet. Ik verbleef toen een paar dagen bij een gezin, dat bestond uit moederen zoon. (Wie dit zijn geweest, viel tot op dit moment niet te achterhalen, M.K.).

Het verzet hielp me verder op weg, richting Spanje. Helaas werd ik op 15 april 1944 in Antwerpen opgepakt door de Gestapo. Daar werd ik tot 6 juni 1944 gevangen gehouden om vervolgens afgevoerd te worden naar het krijgsgevangenkamp Stalag Luft III in Sagan, Duitsland."

Restant van de Halifax

In een bos in Geesteren (Hamberg?) werden in 1989 nog restanten aangetroffen van de stuurboordvleugel van de Halifax. Ze kwamen op die plek terecht nadat die vleugel explodeerde.


Bij de familie Velthof.

De familie die Merkley het eerst had geholpen, was de familie Velthof, destijds wonende in een winkeltje tegenover de kerk. Vlak voordat zij overleed wist mevrouw J. Velthof (Huuskes Anneke) ons daarover nog het volgende te vertellen:

"Op donderdagavond 30 december, het was al donker, fietsten mijn zus Sientje en ik vanuit Tubbergen terug naar Albergen. Bij de dikke boom op de Kloosteres aangekomen zagen we een schim. Dichterbij gekomen ontdekten we dat het een man was. We fietsten een eindje door, passeerden hem eerst, maar stapten na enkele tientallen meters toch af om te kijken wie het was. We hoorden een vreemd geluid toen de vreemdeling naderde. De man die langzaam dichterbij kwam had iets om z'n nek, maar we konden niet zien wat het was. Mijn zus en ik sprongen maar weer vlug op de fiets en reden huiswaarts.

Toen we al geruime tijd thuis waren en druk bezig om koekjes voor oudejaarsavond te maken, ging mijn moeder even water halen, buiten uit de put. Maar bijna onmiddellijk kwam ze weer terug, gevolgd door een vreemdeling. Bij het licht van de lamp konden we de man beter zien en zagen dat het een Engelse vlieger was. Om zijn nek droeg hij een zwemvest.


Handschoen aan z'n voeten.

Ineens drong het tot me door dat deze vlieger de man was die we op de Kloosteres hadden gezien. Ook zagen we dat hij handschoenen aan z'n voeten had, vandaar dat rare geluid dat Sientje en ik hoorden toen hij over straat liep.

We gaven de vliegenier iets te eten en te drinken en voorzagen hem ook van andere kleren en een paar schoenen. De schoenen waren een lichtbruine en een donkerbruine omdat we geen andere beschikbaar hadden, maar dit was beter dan niets. Hij deed zijn zwemvest ook af en dat werd door ons in een kast opgeborgen. Ook plakten we nog een pleister op zijn gewonde kin.

Na ongeveer een uur, besloot mijn vader om de vlieger naar dorpsgenoot Theo Roelvink te brengen die mogelijk contacten met het verzet had. Mijn broer Gerard heeft hem toen met de fiets weggebracht. Ze waren nauwelijks vertrokken, of er kwam bezoek. Jan Resink stapte binnen, met de bedoeling enkele nieuwjaarskaarten te kopen. Mijn moeder hielp hem aan zijn kaarten. Resink, die kennelijk de vertrekkende fietsers had opgemerkt, vroeg nog aan mijn moeder: "Hebben jullie bezoek gehad?". Waarop mijn moeder antwoordde: "0, dat was iemand die de weg kwijt was". En ze loog niet. Enkele maanden later, in maart 1944 is ons huis doorzocht door de Duitsers. Bij de kast in de keuken aangekomen vroeg ik of deze ook moest worden geopend, maar dat hoefde niet. Een paar ogenblikken later besefte ik dat het zwemvest van de "Engelse" vlieger er nog in lag. Toen de Duitsers vertrokken waren hebben we het zwemvest onmiddellijk uit de kast gehaald en begraven op het kerkhof. Na de oorlog hebben we het weer opgegraven maar toen was er bijna niets meer van over."


In handen van het verzet.

Theo Roelvink weet zich niet goed meer te herinneren wat er die avond verder met Merkley is gebeurd. Wel weet hij nog dat Gerard Velthof met een "Engelse" vlieger bij hem kwam. En dat hij Merkley eventjes later heeft weggebracht richting Zenderen en daar heeft overgedragen aan iemand van het verzet. Hoe het verder met Merkley is gegaan weten we nu.


Wat F/O Marrion betreft:

Na in 1985 schriftelijk contact gekregen te hebben met Marrion liet hij weten liever niet mee te willen werken, hij wenste niet meer aan zijn oorlogservaringen herinnerd te worden. Dankzij enkele personen, die Marrion gezien hebben en contact met hem hadden, konden we zijn belevenissen na de crash toch enigzins reconstrueren. Nadat de Halifax explodeerde, landde Marrion veilig met zijn parachute bij een bosje aan de Huyerenseweg in Geesteren. Hij heeft zich toen van zijn parachute bevrijd en is op pad gegaan.

In een kippenhok.

Bij het kruispunt bij de Knoefbakker bracht Marrion de rest van de nacht door in een kippen/brandhouthok van de familie Boswerger. De volgende morgen, 30 december ging Dieka Boswerger de eieren uit het kippenhok halen en trapte per ongeluk op een plank met gevolg dat er een schoof stro omviel. Achter die schoof zag zij tot haar grote schrik een vreemde man in uniform zitten. Dieka rende snel het hok uit en waarschuwde de knecht, Hein Wesselink. Hein volgde Dieka naar het hok en begreep direct dat het hier om een "Engelse" vlieger ging. Marrion gaf te kennen dat ze hem maar moesten laten zitten en dat hij 's avonds, als het donker was geworden, weer weg zou gaan. De volgende morgen inspecteerden Hein Wesselink en Dieka Boswerger het hok en zagen dat Marrion inderdaad was verdwenen.

De romp van de molen bij de Knoefbakker

Tijdens de oorlogsjaren was van de molen bij de Knoefbakker alleen de romp nog over. In een schuurtje achter de molen bracht F/O Marrion een nacht door. Op de foto staan v.l.n.r. Ernst Jennissen, Jens Boswerger en Gerard Boswerger.

Nadat Marrion het kippen/brandhouthok die avond had verlaten klopte hij aan bij de familie Kokhuis tussen Geesteren en Tubbergen aan de Hardenbergerweg. Maar de heer Kokhuis vond het te riskant om een Engelse vlieger binnen te halen, want hij had nog kleine kinderen en wist niet waar hij met hem heen moest. Marrion leek dit te begrijpen en ging weer op pad, richting Tubbergen.

Volgens een aantal bronnen is Marrion richting Zenderen/Borne gelopen en daar uiteindelijk gearresteerd.


Over Marrion.

Alleen Merkley weet nog te schrijven over Marrion: "In het kamp Stalag Luit III ontmoette ik Robert Marrion weer. Hij vertelde me dat hij werd opgepakt toen hij aanklopte bij een politiebureau en daar om hulp vroeg."

De restanten van de Halifax bij Olimulder werden ter plekke gesloopt en daarna afgevoerd. Van de verduisteringsgordijntjes, die voor de kleine ramen in de romp hingen werd door verschillende mensen uit de omgeving kleding gemaakt. In 1960 werd nog een motor van de Halifax gevonden en geborgen.

Overzichtskaartje

Cijfer 1 geeft de plek aan, waar de Halifax neerstortte, 2 de poel van vuur in het weiland. Bij 3 werd jaren na de oorlog nog een motor opgegraven en bij 4 kwam een vlieger neer die uit het toestel werd geslingerd en hierbij omkwam.

Persoonlijke instellingen