Geesteren

Uit SHGwiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Geesteren is het op een na grootste dorp van de gemeente [Tubbergen] in het noordoosten van [Twente] in de Nederlandse provincie [Overijssel]. Het hoort tot het type van de losse esdorpen.

Geesteren telt meer dan 4000 inwoners, waarvan bijna de helft in het buitengebied, en is van Rooms-katholieke signatuur.

De inwoners moesten zich in vroeger tijden de scheldnaam Papsleef'n laten welgevallen, al wordt dit door sommige Geesternaren gezien als een geuzennaam. De plaatselijke carnavalsvereniging is naar deze scheldnaam vernoemd.

Inhoud

De Geschiedenis van Geesteren

Opgravingen gedaan door Gerard Wolberink op zijn erf aan de Meijersweg 25 (Erve Vrielman), wijzen uit dat dit erf 1000 jaar geleden al bewoond werd!

Erve de Meyer

De Hof van Gheijsteren / De Meijer.


In 1207 al, was een Van Gestern, samen met andere Twentse edellieden, getuige van de schenking van de kerk van Ootmarsum aan het klooster van Weerselo. En twintig jaar later liet een andere Van Gheijsteren het leven toen hij aan de zijde van de bisschop van Utrecht in de slag bij Ane vocht tegen roofridder Rudolph van Coevorden. Veel beter zijn ze er niet van geworden want de familie moet het hof in 1268 verkopen aan de heer van Almelo. Het gaat hier om de oude Hof van Geesteren, een erf dat al vroeg in de 13de eeuw naam had. Het was eigendom van de adellijke familie Van Gestern of, zoals het in latere jaren werd geschreven, Van Gheijsteren. Deze graaf Hendrik van Almelo noemt de Hof van Geesteren in zijn boeken de Meijershof. Die naam duidt er op dat de bewoner een doorslaggevende stem had bij het verdelen van de rechten op gebruik van de gemeenschappelijke woeste grond. Afhankelijk van de omvang van de boerderij had je een stem in de vergadering en aanspraak op delen van de woeste grond. Door de eeuwen heen waren er zo'n 16 erven die op deze manier samen de dienst uitmaakten. De meeste ervan lagen rond de Loo-es. Zo waren daar naast Erve de Meijer en Erve Mensink (Mensman) onder meer nog Erve Elberink (nu Haselbekke), Erve Wulferink, Erve Effink (nu Dierink), Erve Hamer (nu Bruggink), Erve Harmelink, Erve Wesselink, Erve Joostink, of 't Joost (nu verdwenen) en Erve Booyink. De Van Gheysterens verkochten hun erf maar bleven tot ongeveer 1550, in dienst van de Heer van Almelo, wonen op de Meijershof. Andere families volgden en namen van lieverlee De Meijer aan als achternaam. Nog steeds is het deze naam waarmee de huidige bewoners in de volksmond worden aangeroepen.

De Molenbeek.

Je passeert hem tegenwoordig via de Langeveenseweg of de Vermolenweg, maar de Molenbeek is tegenwoordig geen doel meer. Dat was vroeger anders. Aan de Molenbeek, daar gebeurde het. Boeren uit de wijde omgeving kwamen en gingen. Met hun graan, hun kool- en vlaszaad kwamen ze naar de molens die hier te vinden waren. Aangedreven door de beek die daarmee een soort levensader was van de Geesterense buurtschappen. De Wirremolen, ook wel aangeduid als Oliemolen, staat al sinds 1323 in de boeken. Al vroeg in de veertiende eeuw deed hij de schoepraden draaien. Hij is dan verbonden aan een boerenerf dat onderdeel is van de Hof van Geesteren (De Meijershof). En die was, zoals hierboven valt te lezen, eigendom van de graaf van Almelo. De naam van de molen, en daarmee die van het omliggende gebied, veranderde in de loop van de jaren in Vermolen. En zoals dat dan gaat, werd de molenaar aangesproken als Oliemulder, omdat de molen olie uit zaden perste. Molen en erf wisselden in de loop van de eeuwen enkele keren van eigenaar en kwam rond 1665 in bezit van Jan Eylers, koopman uit de regio Oldenzaal/Ootmarsum. Hij verbouwde het bijbehorende huis om tot een soort havezathe. Het is deze havezathe waarin in 1717 voor het eerst in Geesteren kerkdiensten werden gehouden. Jan Eylers leeft voort in de naar hem vernoemde Eylersweg, in de volksmond bekend als Leemsteg. Via de Leemsteg en door de Bakkerssteg gaat het naar de Muldershoek, ook gevormd rond de Molenbeek. Hier had je, vanuit het dorp komende rechts van de brug over de Langeveenseweg, de Noordmolen. Die maalde graan. De aanwezigheid van namen als de Molnboer, de Watermulder en de Waterbakker spreekt voor zich.

De Noordmolen

De Noordmolen.

De kerk van Geesteren.

De oude historie van het dorp laat zich goed lezen uit de oude structuur van wegen, kerkenpaden en waterlopen. Tot diep in de 18de eeuw was het in dit gebied niet meer dan een kruispunt van zandwegen: vanuit Tubbergen komend door de Huyeren, en vanuit Almelo, Langeveen en Vriezenveen dwars door de veenmoerassen kwam je hier langs. Midden op de heide tussen de Geesterse buurtschappen. Van één dorp was nog geen sprake. Het was de in Lingen geboren pastoor Cramer die de kern legde voor Geesteren zoals we het nu kennen. Hij werd in 1746 benoemd als pastoor van de parochie Vriezenveen/Geesteren. Tot dan kerkten de Geesterse katholieken eerst in Ootmarsum, later in Tubbergen, in Vriezenveen en uiteindelijk in de havezathe van de familie Eylers op de Vermolen. Maar Cramer zag in dat het van belang was een meer centrale plek te vinden. Hij kreeg van de vermogende boer Mensink (Mensman) de beschikking over een halve hectare heide met daarop een schaapskooi.

De Kerk uit 1818

De kerk van Geesteren die dienst deed van 1818 tot 1926

Diverse parochianen zetten zich vervolgens in om er een Godshuis met zitplaatsen van te maken. Daarna kwamen er ook meer weggetjes en kerkenpaden: De paden over de Kormel en de Zurink, door de Vretveldse maten, over de Loo-es, langs de Hemelink richting Molenbeek door de Bakkerssteg naar de Vermolen en verder door de Leemsteg. Deels vergeten routes met veelal vergeten namen. Ze verbinden de oude boerenerven rond de Loo-es met de Muldershoek en de Vermolen en ze voeren van de oude Geesterse buurtschappen naar een voor ieder centrale plek: de kerk. In 1818 werd een nieuw kerkgebouw gesticht op de plaats waar vroeger de winkel van de Boschsnieder was, en nog ruim een eeuw later, in 1926, kwam het huidige kerkgebouw tot stand, dat in 2002-2003 is gerestaureerd.

Hoe Geesteren groeide.

Al sinds oude tijden wonen er mensen op de zandrug in de veenmoerassen tussen Manderveen, Langeveen en Vriezenveen. Aanvankelijk hier en daar een enkeling. Zo had Gheijsteren in 1475 welgeteld 24 gezinnen. Pas na 1720 kwam de groei er echt in. Rond de tijd dat de kerk verhuisde naar een centrale plek tussen de buurtschappen, groeide het aantal gezinnen van 43 naar 118. Daarmee kwam er ook behoefte aan onderwijs in de eigen buurtschap: In 1752 gaf de Drost van Twente toestemming tot een "meestershoes". (Tot dan was er een zeer beperkte vorm van onderwijs geweest in de "boavenkamer" van Erve Schollink.) In 1810 kwam er een tweeklassige school aan de Schotboersweg die in 1846 is verbouwd omdat hij te klein was. In 1881 wordt door toedoen van meester Röring de school verplaatst naar een nieuw schoolgebouw aan de Veldstegge, waar achter in 1919 een nieuw schoolgebouw wordt geopend. Hoofd van de school is dan Brummelhuis. In 1913 werd in West Geesteren op de zogenaamde "Woeste Heide" een Openbare Lagere School in gebruik genomen, die in 1956 is gesloten omdat er nog maar 9 Nederlands Hervormde leerlingen gebruik van maakten. In 1927 wordt de school aan de Veldstegge Rooms Katholiek als gevolg van de in 1920 ingevoerde wet Lager Onderwijs. In die tijd bleef het aantal gezinnen, behoudens een kleine terugloop rond het einde van de 19e eeuw, geleidelijk toenemen tot een aantal van 457 in 1951. Door het stijgende aantal leerlingen kwam er behoefte aan een extra schoolgebouw, zodat jongens en meisjes vanaf dat moment gescheiden werden. Zo werd in 1951 de Mariaschool aan de Vriezenveenseweg geopend met als hoofd zuster Alacoque. In 1978 wordt voor de samenvoeging van de St.Aloysiusschool en de Mariaschool een nieuw schoolgebouw achter de meisjesschool gebouwd. Hoewel er wel degelijk sprake was van een soort kern, was van een dorp nog geen sprake. Ter illustratie: in 1960 wonen er nog maar 554 mensen in het dorp tegen 2519 in het buitengebied. Tot aan 1968 staan alle huidige kerkdorpen, Tubbergen uitgezonderd, in de gemeentelijke boeken dan ook als buurtschap aangeduid. Pas in 1992 is het aantal inwoners van het dorp Geesteren hoger dan in het buitengebied. Echt snel gaat het niet met de bevolkingsaanwas. Werd in 1958/1959 de 3000ste inwoner geboren, het duurde tot 27 september 1994 voordat de 4000 werd bereikt. Tien jaar later (2004) staat de teller op 4224 inwoners, van wie een kleine 600 meer binnen dan buiten de bebouwde kom. Het meest recente cijfer is van 2007: 4288.


Bron: Dorpsplan Geesteren 2015, Geesteren legt de lat hoger

Persoonlijke instellingen